Illustratie: Ron Mesland: “Iers woud”, 2012

Van 25 februari - 20 maart 2018 dagelijks een aflevering

Morgen: Dag 21, De herberg


P.S.: Delen? Graag.

P.P.S.: Heb je een technisch probleem, Mail me. In principe moeten de liedjes met een normale browser goed afspelen: het zijn links met Youtube die meestal weinig afspeelproblemen opleveren. Eventueel kun je de laatste versie van Flash installeren, dat kan wel eens helpen.

Wil je alleen de liedjes horen, gebruik dan onderstaande link naar de Youtube speellijst die ik dagelijks bijwerk.

https://www.youtube.com/playlist?list=PLAzQZQQQ2HOvTFOeeSG8Onr0XQ0t2d-G4

13-3-2018 Lied 17. In het dorp.

De honden blaffen en rukken aan hun kettingen, duidelijk hoorbaar in de piano-begeleiding, terwijl op enige afstand iemand langsloopt in het donker. Desillusie over de weinig gastvrije boeren en burgers die zelfgenoegzaam in beveiligde huizen van meer welvaart dromen, het thema roept eigentijdse associaties op.

Dichter-zanger Jacques Brel zong in de jaren zestig "La ville s'endormait", vol bittere gedachten aan de slapende vrouwen (en hun mannen), en aan zijn vroegere zelf, daar. Maar waar Brel het uiteindelijk over passie onder brandende luchten heeft en er tenminste nog iemand onder zijn lakens ligt is het in dit Duitse winterse dorp een stuk desolater. Onwillekeurig moet ik denken aan de roman "De geverfde vogel" van Jerzy Kosinski over de trektocht van een jonge Joodse vluchteling door het Poolse platteland in de Nazitijd. Net als in lied 2 moet onze reiziger verder: liever geen slaap dan in deze kille sfeer te blijven hangen. Mail me.










Uit: La ville s’endormait (Jacques Brel)


La ville s'endormait

Et j'en oublie le nom

Sur le fleuve en amont

Un coin de ciel brûlait

La ville s'endormait

Et j'en oublie le nom

Et la nuit peu à peu

Et le temps arrêté

Et mon cheval boueux

Et mon corps fatigué

Et la nuit bleu à bleu

Et l'eau d'une fontaine

Et quelques cris de haine

Versés par quelques vieux

Sur de plus vieilles qu'eux

Dont le corps s'ensommeille


(...)

Il est vrai que parfois près du soir

Les oiseaux ressemblent à des vagues

Et les vagues aux oiseaux

Et les hommes aux rires

Et les rires aux sanglots

Il est vrai que souvent

La mer se désenchante

Je veux dire en cela

Qu'elle chante

D'autres chants

Que ceux que la mer chante

Dans les livres d'enfants

Mais les femmes toujours

Ne ressemblent qu'aux femmes

Et d'entre elles les connes

Ne ressemblent qu'aux connes

Et je ne suis pas bien sûr

Comme chante un certain

Qu'elles soient l'avenir de l'homme


La ville s'endormait

Et j'en oublie le nom

Sur le fleuve en amont

Un coin de ciel brûlait

La ville s'endormait

Et j'en oublie le nom

Et vous êtes passée

Demoiselle inconnue

À deux doigts d'être nue

Sous le lin qui dansait

Afspelen: klik hierboven

14-3-2018 “De stormachtige ochtend” is een zwartgallig, ironisch marslied. De tekst  roept beelden op van harde wind en een vurige zonsopgang, maar ook van iets gewelddadigers. Misschien had de reiziger een fikkie willen stoken in het kille dorp waar hij net langsliep? Hierover schrijft de Japanse musicologe Tomoko Yamamoto uitgebreid: ze is naar de Poolse plaats Chojnow geweest (destijds Haynau) waar Müller, de dichter, als soldaat een slag tussen het Pruisische en het Napoleontische leger heeft meegemaakt. De rookkolom op onderstaande afbeelding is afkomstig van de brandende molen bij deze plaats, zichtbaar vanuit de legerplaats.

Een heftig opflakkerend, bijna militair moment in de cyclus.

De slag bij Haynau, 1813, tekening door Richard Knötel

Afspelen: klik hierboven

15-3-2018 De mars gaat over in een walsje, niet het eerste, ook (16) “Letzte Hoffnung” was een wals, en op het eerste gezicht een stuk vreemder. De tijd vliegt, blijkbaar is de avond alweer gevallen, na de stormachtige ochtend. Al eerder, in "Irrlicht", liet de reiziger zich leiden door een dwaallicht. Ditmaal lijkt hij enigszins aangeschoten of begint de waanzin het over te nemen. Het beeld dat dit lied oproept doet denken aan Andersen’s sprookje “Het meisje met de zwavelstokjes”, de gezelligheid is geheel imaginair. Liever geeft hij zich over aan de illusie dat er iemand, familie of een geliefde, op hem wacht dan de realiteit van zijn verloren liefde en het eenzame pad onder ogen te zien.

Afspelen: klik hierboven

(uit Rufus Wainwright,

“Imaginary love”)


Cause every kind of love

or at least my kind of love

must be an imaginary love

to start with.

Guess that can explain

the rain waiting

walking game,

Schubert bust my brain

to start with.

(uit: Ramses Shaffy,

“Het is stil in Amsterdam”)


De stad behoort nu nog
aan een paar enkelingen
zoals ik
die houden van verlaten straten.

't Is zo stil in Amsterdam
en godzijdank niemand
Die ik tegenkwam

(...)

Ik steek een sigaret op
en kijk naar het water
en denk over mezelf
en denk over later.
Ik kijk naar de wolken
die over drijven,
ik ben dan zo bang
dat de eenzaamheid zal blijven.
Dat ik altijd zo zal lopen
op onmogelijke uren,
dat ik eraan zal wennen,
dat dit zal blijven duren...

16-3-2018 Wat mij betreft komen we nu bij het centrale lied van de cyclus. Schubert raakt in (20)“De wegwijzer” aan de essentie van een veelgebruikt thema: de Einzelgänger, de Loner, of hoe het in elke taal ook heet. Ramses Shaffy met “Stil in Amsterdam”, Townes Van Zandt met “Waitin’ around to die”... Rusteloos naar rust op zoek, dat kan ook op spiritueel shoppen slaan, van Zen tot Mindfulness, om aan de jachtige moderniteit te ontsnappen. Maar hier gaat het om tragisch, klein, geloofwaardig leed: een jong iemand die erachterkomt dat hij zich het minst slecht voelt als er geen anderen in de buurt zijn. Hij is misschien nog niet oud genoeg om dit te relativeren, de wond van deze ontdekking is te vers. Hij ziet één uitweg, maar (gelukkig) aarzelt en huivert hij bij de gedachte daaraan. En al staart hij gefascineerd naar de onheilspellende wegwijzer, muzikaal een kaal, opvallend moment waarop alles letterlijk even stilstaat, hij blijft vooralsnog doorgaan. Zoals ook de muziek een sterk aan het openingslied herinnerend doorgaand tempo heeft.

Afspelen: klik hierboven

(uit: Townes Van Zandt: “Waitin’ around to die”)


Sometimes I don't know where

This dirty road is taking me

Sometimes I can't even see the reason why

I guess I keep a-gamblin'

Lots of booze and lots of ramblin'

It's easier than just waitin' around to die